BN-Destem – Ik heb gewoon veel geluk gehad in mijn leven

In een zijstraat van een zijstraat, goed verstopt in het buitengebied van Etten-Leur, ligt aan de weg met de nostalgische naam Schuitvaartjaagpad het museum de Ambachtelijke Zagerij en Klompenmakerij van Wim Jacobs (56). Aan de buitenkant is niet te zien dat hier een ambachtenverzamelaar huist. Eénmaal binnen in de schuur gaan we een eeuw terug in de tijd.
De geur van koffie walmt door de kamer van de museumwoning en op de tafel staan de blauw beschilderde koffiekopjes met schotel te wachten.
 

“Oude spullen interesseren mij al vanaf dat ik acht, negen jaar oud ben”, zegt Wim Jacobs (56) eigenaar van het museum. Jacobs verzamelde in de loop van zijn leven machines en materialen van oude ambachten en het boerenleven van begin 1900. Sinds drie jaar heeft hij naast zijn huis een museum, de Ambachtelijke Zagerij en Klompenmakerij.

De handel zat Jacobs al jong in het bloed. Als achtjarige jongen kocht hij voor een opkoper soms al spullen in. Jacobs had al snel in de gaten dat hij meer kon verdienen als hij voor zichzelf werkte.

“Als handelaar moet je veel geduld hebben. En dat heb ik. Ik ben twintig jaar bezig geweest om de zaagmachine te kopen die nu in mijn zagerij staat”, zegt Jacobs glunderend.

Hij schafte het apparaat ooit aan als een verzameling losse onderdelen. Niemand had er vertrouwen in dat hij de machine ‘aan de praat’ zou krijgen. Na drie maanden puzzelen en sleutelen stond de zaagmachine uit 1880 opgesteld in de blauw-wit gestreepte feesttent naast de paardenstal én hij werkte. Hij werkt nog steeds. Drie jaar lang inmiddels. Het zware geluid van de dieselmotor en de snerpende zaag in het hout trok en trekt de aandacht van voorbijrijdende fietsers.

Jacobs nodigde de nieuwsgierige voorbijgangers geregeld uit in de tent en vertelde dan zijn verhaal. Na afloop kregen de mensen een kopje koffie bij hem thuis. Zo werd het idee voor een museum geboren.

Jacobs: “Ik heb de paardenstal omgebouwd tot woonkamer in de stijl van begin 1900. Mijn vrouw Trees schenkt de bezoekers nu hier een kopje koffie”, legt Jacobs uit.

De muren in het huisje zijn hemelsblauw, niet omdat die kleur begin 1900 in de mode was, maar omdat het vliegen weert. In de voorraadkast staan wekpotten met sperziebonen, kersen en pruimen. In het halletje voor de woonkamer staat een houten ton met draaihendel. Het is een originele Miele wasmachine.

Bij ieder onderdeel van de woning heeft Jacobs een verhaal. “Ik weet al die dingen uit andere musea en luister veel naar verhalen. Het moet natuurlijk wel waar zijn wat ik vertel.”

Sinds een jaar maakt de museumhouder ook klompen. Hij stelde twee machines op in de schuur naast de oude boerenwoning. De elektrisch aangedreven apparaten zijn uit de periode 1925-1930.

“Ik ben bij een ‘collega-klompenmaker’ geweest om het vak te leren en heb informatie gezocht op internet”, verklaart de klompenmaker. Nu hij de techniek onder de knie heeft, wil hij ook klompenparen maken. “Ik ga binnenkort bij iemand langs die mallen kan maken.”

Jacobs heeft nog veel ambities. De boerenwoning wil hij op de eerste etage uitbreiden met twee slaapkamers. Op de plaats van de feesttent met de zaagmachine moet een grote schuur komen, waarin hij naast de zagerij ook een smederij en wagenmakerij wil maken. “Alle spullen voor de uitbreiding heb ik al. Ik heb een zolder en een loods vol met gereedschap en machines om te laten zien”, verklaart de verzamelaar.

Hoewel Jacobs plezier heeft in het vertellen over de ambachten en het leven van vroeger, wil hij de aanloop bij het museum klein houden, daarom is het een halve dag per week geopend.

Hij heeft veel geld geïnvesteerd in zijn verzameling en verdient het niet terug met de gratis toegang voor het museum. “Ik vind geld helemaal niet belangrijk. Ik heb gewoon veel geluk gehad in mijn leven”, zegt Jacobs dankbaar.

De verzamelaar heeft nog één wens en dat is dat het museum doorgaat als stichting, als hij er zelf niet meer is.


Dit artikel is afkomstig van BN-Destem.
Het artikel is hier in te zien.